top of page

Over rouwen aan de late kant

Wist jij dat rouw heel geduldig is, en rustig dertig jaar wacht tot je er 'klaar' voor bent, als dat überhaupt al bestaat...?


Ik dacht dus oprecht dat er voor mij helemaal niets meer te verwerken viel, omdat ik dat als kind al sort of a la minute had gedaan.


Tot ik enkele maanden geleden een avondje alleen op de bank een serie bekeek.

Ik zag haar, mijn zus. Ik zag de dagen erna vrouwen op straat, meisjes, en ik zag haar ook. Ik zag haar ineens overal, in iedereen, en werd overspoeld door een verdriet, zo diep als een put. Ik wist niet zo goed wat ik moest doen, want ik verbaasde me over de kracht waarmee het me beroerde. Dikke, vette tranen. Ik voelde een bal van verdriet om het gemis van dat moment, van alles wat hierdoor gebeurde, en de krater van afwezigheid die het sloeg in ons, mijn leven.


Ik begon te schrijven aan haar, mijn mooie, stoere, krachtige grote zus die nooit ouder werd dan dertien. Want ik weet niet anders dan wat dan ook -dus ook rouw en verdriet- te verwerken door direct met haar een gesprek aan te gaan:


...


"Ja, het is een lang verhaal geworden lieve zus.

Je was dood. Het was echt gebeurd.

Alles in ons toch al fragiele leventje met twee ouders die elkaar niet liefhadden maar ons wel knalde uit elkaar, weerloos tegen de kracht van een dode boom die de storm niet meer hield.

Ik had geen idee wat dit alles betekende voor ons verhaal, ik was tenslotte negen. Het enige dat ik merkte was dat ik geen houvast meer vond, waar ik het ook nog probeerde. Iedere poging was een desillusie, een ontkrachting van zekerheid over mijn leven.


Ik deed wat ik kon, dat wat bij mijn dromerige aard paste, en vluchtte ver weg in mijzelf. Ik dissocieerde er op los, en als de gesmeerde bliksem ontkoppelde ik me eerst van jou, toen van ons broertje, papa, zelfs van mama en mijn vriendinnen, van jongens, tot ik me nergens meer aan hechtte, en ik was zogenaamd vrij… of dood, zeg jij maar welke.


‘Ongelofelijk, hoe sterk jij hier bent uitgekomen’, hoorde ik regelmatig, en soms geloofde ik het zelf bijna, mij warmend aan de bewondering die men dan uitte. Ik dacht oprecht dat ik er op mijn manier doorheen was gekomen, en dat het eindeloze ‘nergens aan gehecht zijn’ een soort verlicht ideaal was waar ik het leven wel prima mee doorkon.


Alleen jammer dat ik vaak zo depressief was dat ik mijn bed niet kon uitkomen. Jammer dat ik niet in staat was om liefde of verliefdheid te voelen, of me ook maar ergens aan over te geven wat warm of liefdevol wilde zijn. Jammer dat ik elke dag buikpijn had.

Jammer dat ik mijzelf zo walgelijk vond dat ik geen eten verdiende en alles zoveel mogelijk moest uitkotsen. Ja, heel jammer, vooral als je zelf een kindje in de wereld brengt, die naar je kijkt en alles ziet.


Blijkbaar was ik toch nog niet in Nirvana beland. En dus, mijn lieve zus, is het niet zo gek dat ik hier nog op deze aardkloot rondloop. Ik ben nooit een snelle geweest (zoals jij) dus het heeft me een aantal jaartjes gekost, en ja, de schone schijn die ik in stand hield is in elkaar gesodemieterd, en dat doet het misschien nog wel steeds, maar deze keer doe ik het bewust, om te kijken wat er overblijft, en echt aan mij is.


Dus jank ik steeds meer sinds mijn kinderen er zijn. Ik ontdekte dat ik gedeeltelijk voelen maar in heel beperkte mate mogelijk is, en dat als je een minimale grens overschrijdt de ijsberg zodanig smelt dat het in elkaar zakt. Maar de buikpijn ging wel weg. En de depressie, de eetstoornis ook.


Maar ik jank dus steeds meer, en hoe meer ik jank, hoe meer ik voel, en hoe meer ik voel hoe meer ik je mis, en duidelijker de lege plek die je achterliet.

Ik huil als een wolf, om het kind dat jij en ik ooit waren.

Noem me een masochist maar ergens voelt het goed. Het voelt… goed, dat ik überhaupt iets voel, en tot een kern kom in het bizarre geheel van leven dat zich in en om mij afspeelt. En in deze kern voel ik ook jouw aanwezigheid, of de herinnering ervan, steeds sterker.

En nu dat zo is, wil ik je alles vertellen, en omhels je zo hopelijk voor altijd weer."


...


Ik ben nog dagen doorgegaan met schrijven. Het is nog niet klaar. Ik heb nog zoveel te vertellen nu ik de verbinding weer voel. En ik besef me dat dit laatste juist het verwerkingsproces blokkeerde: verbinding.


Door mijn hart weer open te stellen voor haar kon ik pas haar afwezigheid voelen. Blijkbaar moest ik daar al die tijd de moed voor verzamelen...

Rouwen betekent voor mij dus moedig zijn. Pijn incasseren, en toch ergens weten dat het ergens goed voor is. Rouwen voelt als bewust in een brandend vuur springen uit liefde voor het leven zelf, als eerbetoon aan de dierbare die dit leven juist verliet. Rouwen is ergens door breken, naar een nieuwe vorm van leven....


Misschien herken jij ook wel iets van dit verhaal?

Ik besef me dat het heel persoonlijk is, en iedereen er een andere blik op zal hebben. Voel je vrij om te delen hoe jij tot rouwverwerking kon of kan komen in de comments, of door direct een berichtje te sturen naar heske@heskehypnotherapy.com.


Heske Ottevanger is Internationaal Gecertificeerd Rapid Transformational Therapy practitioner, hypnotherapeut & Psychologie Ba. Ze werkt met cliënten uit binnen- en buitenland in het Engels, Nederlands en Spaans. Voor meer info: www.heskehypnotherapy.com







13 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page